Klassieke vertolkingen door twee jazz cats
Concertverslag Paulien van Schaik en Hein van de Geyn, Carnaval du Jazz, maandag 4 maart 2002 (het 50e concert!), door LAURENT SPROOTEN

Ze hadden elkaar snel teruggevonden. Bassist Hein van de Geyn was op zaterdag in Nederland gearriveerd na een ‘sabbatical’ verblijf van zes maanden in Zuid-Afrika, twee dagen later stond hij in Carnaval du Jazz op het podium met Paulien van Schaik, de zangeres met wie hij ook het laatste concert voor zijn vertrek had gegeven. En het is niet verwonderlijk dat ze elkaar opzoeken: op het podium gebeurt er iets tussen deze twee uitzonderlijke musici.

Natuurlijk, Hein van de Geyn is een gelouterde bassist, een echte crack die een aantal hele groten van de jazz-Olympus heeft begeleid. Maar het fungeren als side-man is iets heel anders dan een riskante duo-bezetting met een zangeres, waarin iedere wending en elk detail gevolgen hebben. Het is de lokroep van het ongewisse dat Van de Geyn en Van Schaik samenbrengt, een zoektocht naar muzikaal avontuur die het vijftigste Carnaval du Jazz-concert tot een bijzondere belevenis maakt.

Drie sets van ruim een half uur, het is een hele kluif voor het publiek. Toch weten de twee het voornamelijk uit standards bestaande repertoire de nodige variatie te geven. Allereerst is er natuurlijk het soevereine en melodieuze spel van Van de Geyn. Zijn onorthodoxe solo-intro’s lijken soms etudes, waarin het thema van het stuk meerdere malen binnenste buiten wordt gekeerd. Verrassend zijn ook de ritmische schijnbewegingen waarmee de bassist zijn partner uit de tent probeert te lokken. Meteen al in het openingsstuk ‘Come Rain or Come Shine’ laat Van de Geyn met harde wrijfbewegingen over de hals zijn bas gonzen en zingen zodat het bedaagde thema toch weer een frisse glans krijgt. Zangeres Paulien van Schaik vormt in zekere zin het tegenwicht voor de onstuimige fantasieën van de bassist. Zij zingt sober, maar met een prachtig getimede dictie. De thema’s laat zij vaak intact, maar zij geeft er met onverwachte toonbuigingen of ritmische variaties toch een eigen draai aan. Van Schaik is een zangeres die in de tekst kruipt en van daaruit haar muzikale inbreng bepaalt. Weinig scat-zang dus, maar wel veel gevoel voor detail, voor de essentie en de dramatische pieken van tekst en melodie.

Hoogtepunten van de avond waren gek genoeg niet de jazz standards, hoewel ‘You Have Changed’, ‘Memories of You’ en ‘My Funny Valentine’ gedragen, bijna klassieke vertolkingen kregen. Twee songs van Antonio Carlos Jobim bleken de ideale vehikels voor dit bij vlagen geniale duo. ‘If You Never Come To Me’ klonk gedurfd kaal, alleen het intro was virtuoos. In de langzaam wegstervende slotzin ‘...and they will lead me to nowhere’ bereikte Van Schaik een prachtige, serene intensiteit. Ook ‘Portrait in Black and White’ werd volkomen natuurlijk en met veel gevoel voor de gesyncopeerde bossa-dictie gebracht, het stuk werd door Van Schaik dan ook in perfect Portugees gezongen. Helemaal geen kritiek dan? Jawel, en dat betreft toch het repertoire. Je merkt in sommige stukken dat het duo een enorme gevoelsdiepte kan bereiken. Het is daarom jammer dat het lichtvoetige werk in het repertoire de overhand heeft. Je blijft dan terugverlangen naar composities waarin de twee echt kunnen uitpakken.
 

LAURENT SPROOTEN, Wed, 27 Mar 2002 23:25:36 +0100

TERUG